De Zes Verzen van Vajra

De Grond, het Pad en de Vrucht 

De Zes Verzen van Vajra staan meestal bekend als de Koekoekszang. Ze worden beschouwd als een kernachtige samenvatting van Dzogchens visie. Volgens de traditie worden ze aan de legendarische Garab Dorje, de eerste meester van Dzogchen, toegeschreven en werden ze door Vairochana naar Tibet toegebracht op verzoek van de koning Trisong Detsen.

Dzogchen, dat ‘Grote Volmaaktheid’ betekent, wordt beschouwd als het hoogste onderricht in de boeddhistische traditie. Zijn focus ligt op de directe realisatie van de natuurlijke staat van geest. Het is een non-duale vorm van spiritualiteit binnen het Tibetaans boeddhisme die verwijst naar het direct herkennen en realiseren van onze eigen innerlijke zuivere natuur, intelligentie, kennen of gewaar zijn.

De verzen worden vaak metaforisch aangeduid als de ‘Koekoekszang’, omdat de koekoek wordt gezien als een boodschapper die het begin van de lente aankondigt. Het staat in Tibet symbool voor geluk en welzijn. Het kan geïnterpreteerd worden als de plotselinge herkenning van de ware aard van de geest (rigpa).

Het zijn zes korte verzen met een grote rijkdom aan betekenis. Er bestaan verschillende versies. Hier volgt een van de versies beschreven door Chögyal Namkhai Norbu, een van de meest invloedrijke Dzogchen-leraren van de twintigste eeuw:

The nature of phenomena is nondual,

but each one, in its own state, is beyond the limits of the mind.

 There is no concept that can define the condition of “what is”

but vision nevertheless manifests: all is good.

 Everything has already been accomplished, and so, having overcome the sickness of effort,

one finds oneself in the self-perfected state: this is contemplation.

Namkhai Norbu heeft de Zes Verzen van Vajra uitvoerig toegelicht als een beknopte routekaart naar de directe realisatie van rigpa, onze pure, oorspronkelijke staat van gewaarzijn. Elke groep van twee verzen verwijst naar een van de drie onderrichtingsvormen van traditioneel Dzogchen: Grond, Pad en Vrucht. Kortom: ze beschrijven een manier van zien, een vorm van praktiseren en een handelingswijze. Het moet duidelijk zijn dat het hier gaat om praktische herkenning door directe ervaring boven intellectueel begrip.

De eerste twee verzen gaan over de “Grond” (gzhi). Ze verwijzen naar de oorspronkelijke, zuivere, onveranderlijke aard van de geest, puur, helder en vrij van concepten;

De twee volgende verzen verwijzen naar het “Pad” (lam), naar de methode en beoefening om deze aard te herkennen, te stabiliseren en te integreren in het dagelijks leven;

De laatste twee verzen belichten de “Vrucht” (bras bu), hoe men de realisatie van deze staat kan stabiliseren en integreren. Het verwijst naar de uiteindelijke realisatie, waarin men blijvend verblijft in de natuurlijke staat, ongehinderd door illusies.

Samantabhadra / Samantabhadri Yab Yum, representing the nondual state
De Grond en de zienswijze

The nature of phenomena is nondual,

but each one, in its own state, is beyond the limits of the mind.

Om Dzogchen uit te leggen is “zelfs de taal van Boeddha niet geschikt”. De taal die de dzogchenleer probeert uit te leggen is slechts een vinger die naar de maan wijst. Het verwijst naar een betekenis die ieder concept overstijgt en slechts in een staat van presentie en contemplatie bevat kan worden.

De eerste en tweede verzen van Vajra wijzen op het fundament van Dzogchen: de natuur van de geest is van zichzelf zuiver en onverstoord. Deze “grond” hoeft niet gecreëerd of verbeterd te worden; het vraagt slechts om herkenning. Het vraagt om een bepaalde visie, een specifieke manier van zien.

Volgens Namkhai Norbu zijn er drie “visies”, drie manieren van zien. De eerste vorm van zien betreft de illusoire visie van wezens in transmigratie. Trots, afgunst, gehechtheid, mentale verduistering (onwetendheid), hebzucht en woede kleuren onze kijk op ons en de wereld. Ze creëren een illusoire visie die hij de “karmische visie” noemt. Hij spreekt hier, over een bestaansdimensievisie die niet alleen de mens karakteriseert, maar ook wezenvisies die deel uitmaken van het Tibetaanse pantheon, zoals goden, spookachtige geesten, dieren, duivelse wezens, enz.

De tweede manier van zien, door Norbu beschreven, is gebaseerd op de ervaring. Deze ervaringsgerichte visie beïnvloedt voortdurend hoe dagelijkse handelingen en reacties vorm krijgen. Ik zelf zou het metaforisch kunnen beschrijven als een manier van kijken die bepaald wordt door de zware rugtas van ons verleden en resulteert in onmetelijke typen van psychologische en vaak neurotische ervaringen en gedragingen. De type-ervaring is afhankelijk van het model van de wereld van de persoon en dus wat we zien is niets anders dan projecties, mentale creaties: een schijn-ik in een gescheiden schijnwereld. Dat geldt niet alleen voor onaangename verschijnselen, maar ook voor allerlei aangename ervaringen die zouden kunnen ontstaan in vervolg op of tijdens de meditatie of contemplatie.   

De derde manier van zien is de “zuivere visie”, die bereikt kan worden als de karmische visie geheel is gezuiverd, waar geen sprake meer is van passies, maar slechts van zuivere kennis en wijsheid. Het is de dimensie, volgens Norbu, van een gerealiseerd wezen, een dimensie die niet meer beperkt wordt door ruimte en tijd. Het is niet een intellectuele kennis, maar een zuivere directe ervaringskennis. Het overstijgt de geest met zijn normaal denken, verstand en logica. Norbu spreekt over een staat van contemplatie, gekarakteriseerd door “presentie”, waarin men zich niet laat misleiden door de ervaringen van pijn of plezier, helderheid en afwezigheid van gedachten, maar blijft “present” in de staat zelf.

Waar gaat het over? Wat moeten we uiteindelijk “zien”? vraagt Norbu zich af.

Onder de verschillende vormen van alle verschijnselen en mentale constructies bevindt zich de Basis, de Grond – een inherente natuur die als “non-duaal” wordt aangeduid. Alles kan verschijnen in verschillende vormen, maar de natuur, die het fundament is van alle fenomenen, verandert niet en wordt daardoor als “non-duaal” genoemd. Non-duaal betekent niet “eenheid”, een woord dat een dualisme zou vooronderstellen. Er is geen enkel concept van twee dingen die verenigd hoeven te worden in Dzogchen: “De natuur van verschijnselen is non-duaal, en ieder verschijnsel is in zijn eigen staat voorbij de grenzen van de mind”.

Deze non-duale staat is dus de basis van alle vormen die zich kunnen manifesteren. Het is een staat van “presentie”. Het ligt voorbij de mind. Het is een staat die hetzelfde blijft in alle soorten ervaringen, zowel aangename als onaangename, zuiver of onzuiver. Dat is wat herkend moet worden. Het staat voorbij alle concepten. “Alles wat aan ons verschijnt als een dimensie van het object, is in feite niet iets volledig concreets, maar een aspect van onze oerstaat dat aan ons verschijnt”, zijn de woorden van Namkai Norbu zelf. Het is een oerstaat. Het is onze echte natuur, de echte basale conditie van alle mensen, voorbij de grenzen van de geest.

Het Pad en de vorm van praktiseren

There is no concept that can define the condition of “what is”.

but vision nevertheless manifests: all is good.

Onze echte conditie is een staat van zelfperfectie. Maar hoe kunnen we deze natuurlijke staat in de directe ervaring herkennen? Daar gaan de volgende twee verzen over, volgens Norbu. Hij accentueert daarvoor steeds de noodzaak van een houding van ontspannen openheid, zonder forceren of manipuleren. De praktijk is niet het onderdrukken van gedachten, maar het herkennen van hun lege en heldere natuur. In de traditie wordt het belang van directe introductie door een leraar onderstreept, waarna de beoefenaar leert in deze staat te blijven, ongeacht de omstandigheden. Het gevaar bestaat altijd dat een uitleg die verwijst naar iets voorbij concepten zelf een concept wordt.

Centraal staat wat we zouden kunnen vertalen met de expressie “wat is” in de betekenis van “niet gecorrigeerd” of “niet veranderd”. Corrigeren en veranderen zijn karakteristieken van de rationele geest. Het is niet dit of het is niet dat. “Het is wat het is” correspondeert met een staat van kennis op alle niveaus: lichaam, taal, een geest. Het is niet een staat die bereikt moet worden, zoals wordt gepraktiseerd in andere spirituele richtingen, maar het wordt direct geïntroduceerd, want het is er al. Het is een staat van contemplatie waar alles wordt gelaten zoals het is. Het is te vergelijken met een berg: een berg heeft een natuurlijke positie en is altijd stabiel. Het is niet noodzakelijk om van positie te veranderen bij elke weersomstandigheid. Het accepteren van de conditie van “wat is” zonder enige “correctie” aan te brengen (d.w.z. zonder het te negeren of te bevechten), opent de praktische gelegenheid tot integratie van ieder moment in ons leven en in onze meditatie. Zo ontdekken we de altijd aanwezige “presentie” van de oerstaat.

Het is mogelijk om rechtstreeks in een staat van contemplatie te treden, maar in de praktijk kan het nodig zijn om een aantal stappen te doorlopen: eerst fixeren op een object, daarna de aandacht naar de open ruimte verleggen om zo een staat van rust te bereiken; wanneer deze staat stabieler wordt, volgt de integratie van de beweging van gedachten in de presentie van de contemplatie; als dat gebeurt, kan men de contemplatie in het dagelijkse leven integreren.

Wat gebeurt er in de contemplatie? Wat er zich dan ook manifesteert, de oerstaat, de oorspronkelijke natuur, is altijd aanwezig. Het gaat eenvoudigweg om gewaar te zijn van de situatie of staat waarin we ons bevinden. Wat zich dan ook manifesteert: “Alles is goed“. 

Alles is goed” staat voor Samantabhadra, de oerboeddha. Het is Dharmakhaya. “Het betekent dat er niets te wijzigen of te elimineren valt in iemands visie, die al perfect is zoals die is. Waar het hier om gaat, is een toestand waarin niets negatiefs te verwerpen en niets positiefs te accepteren is. Alle manifestaties zijn boven zowel goed als kwaad verheven en vormen een sieraad voor iemands oorspronkelijke staat”.

Er is dus geen noodzaak om wat onzuiver is zuiver te maken. ”Al iemands visioenen zijn kwaliteiten die inherent zijn aan iemands eigen natuurlijke helderheid”.

Kortom, aanwezig te blijven in contemplatie, zonder lichaam, stem of geest te corrigeren. Men moet in een ontspannen toestand zijn, maar de zintuigen moeten aanwezig en alert zijn, want zij vormen de toegangspoorten tot “helderheid”. Men ontspant zich moeiteloos en laat alle spanning los met betrekking tot lichaamshouding, ademhaling en gedachten, simpelweg door een levendige aanwezigheid te behouden. Het gaat om het behouden van een staat van “presentie” en het goed begrijpen van wat voor onaantrekkelijks zich zou kunnen voordoen; dit maakt deel uit van mijn eigen “helderheid”. “De essentie van de beoefening is dus om jezelf in een staat van ontspannen aanwezigheid te bevinden, geïntegreerd met elk bewustzijn dat zich aandient”, in de woorden van Namkhai Norbu.

Wanneer je een staat van “presentie” integreert in al je handelingen van lichaam, taal en geest, wordt dit “Grote Contemplatie” genoemd.

De Vrucht en de vorm van handelen

Everything has already been accomplished, and so, having overcome the sickness of effort,

one finds oneself in the self-perfected state: this is contemplation.

De laatste verzen beschrijven de vrucht: een staat van spontane aanwezigheid en non-dualiteit. Wanneer de natuurlijke staat blijvend gerealiseerd is, spreekt men van ‘bevrijding in dit leven’. Longchenpa omschrijft dit als een ‘grote gelijkmoedigheid’, waarin alle verschijnselen worden ervaren als uitdrukkingen van dezelfde Grond. Het is onze waarlijke conditie: een staat van zelfperfectie. Het is een staat die begrepen moet worden in zijn fundamenten. Geen ideologie, geen concept; het gaat niet om een school, traditie of standpunt dat gevolgd moet worden. Men dient zich te bevrijden van alle soorten barrières om de echte “wat is” te ontdekken.

Namkhai Norbu beschrijft hier de dagelijkse gedragsroute met de kanttekening dat er geen vaste regels in Dzogchen bestaan. Trouwens, nogmaals, alles wat er gezegd wordt, moet gezien worden als een vinger die naar de maan wijst en mag niet met de maan zelf verward worden.

Wat houdt praktiseren dan in? Praktiseren is alle spanningen los te laten. Die spanningen hebben we zelf gecreëerd op het moment dat we tussen “ik en de anderen” een scheiding hebben gemaakt. Het is de gehechtheid aan deze scheiding die overwonnen moet worden. Het loslaten van deze gehechtheid zal ons een staat van rustige presentie opleveren. Trouwens, presentie is een natuurlijke staat van rust.

De staat van zelfperfectie is inherent aan de conditie van “wat is”. Er is niets om perfect te worden, want het is vanaf het begin al perfect. Het is belangrijk om deze conditie, het non-duaal zijn, echt te kennen. En als men deze staat echt kent, dan is er continu sprake van contemplatie.

In de praktijk is van belang dat men “niet corrigeren” of “niet veranderen” verkeerd interpreteert. Als men alcoholist is, heeft het geen zin om er niets aan te doen. Als men zich bewust is van het fatale gevaar van een vergif en het toch zal drinken, bewust of niet bewust, gaat men dood. In Dzogchen gaat het erom dat men verantwoordelijk wordt voor zijn eigen persoonlijke beoefening. Dzogchen vereist het hoogste capaciteitsniveau om het te kunnen bevatten en gebruiken. Als men de capaciteiten nog niet heeft, moet men deze ontwikkelen. Ik ga ervan uit dat hier plaats wordt gemaakt voor training, coaching of therapie als dat nodig is. Interessant hier: dit mogelijke werk aan zichzelf staat niet gescheiden van de spirituele praktijk, maar het moet zelfbewust begeleid worden door presentie. Alle gedachten, emoties en passies dienen uiteindelijk het proces en helpen de mens in zijn ontwikkeling. Alles kan bijdragen aan het herkennen van de staat “wat is” en het behouden daarvan. Zonder verstrooiing wordt alle ervaring in de contemplatie geïntegreerd. Het leer ligt niet slechts in tempels of in de heilige teksten. Het gaat feitelijk om het werkelijke begrip van de inherente staat van alle menselijke ervaring.

Norku sluit de tekst met drie verzen van Garab Dorje:

Ontdek je eigen staat op directe wijze: het begrip van de conditie “wat is”, de Grond, is de oerstaat van het individu;

Blijf niet in de twijfel betekent : het herkennen van de staat van presentie en contemplatie in alle duizenden ervaringen. Dit is de Pad.

Vertrouw op zelfbevrijding: dit is de Vrucht. De onveranderlijke en omvattende totale kennis is in het dagelijkse leven van de mens geïntegreerd. In alle omstandigheden vertoeven we al in deze staat.

Gebaseerd op:

Deze tekst is mijn huidige begrip en ervaring van het tweede deel (“The Cuckoo of the State of Presence”) van het boek “Dzogchen, The Self-Perfect State” van Chögyal Namkhai Norbu

Gepubliceerd

Labyrint

Het labyrint dateert uit onheuglijke prehistorische tijden; historisch gezien verschijnt het voor ons tussen 4000 en 5000 jaar geleden en

Lees verder »

Wuwei

Als je iets over Dao (of Tao) wil weten, kom je steeds het begrip “wuwei” als een centraal begrip tegen.

Lees verder »

Verzen van Vajra

De Zes Verzen van Vajra staan meestal bekend als de Koekoekszang. Ze worden beschouwd als een kernachtige samenvatting van Dzogchens

Lees verder »

Het boeddhisme

Zoals mensen geboren waren, zo stierven ze, met dezelfde geloofsovertuiging. Zo was het in vorige generaties. De globale samenleving biedt

Lees verder »

Kijk: alles Zen

Zen, eeuwige jeugd, chromatische lipstiften, zenbodycrème, zengewoontes, een schattige zenbox, bodycrèmes, natuurlijke zentheë, zenshampoo voor droog of beschadigd haar, koptelefoons,

Lees verder »

Tao

Het woord Tao (of Dao) betekent in het Chinees “juiste weg”. Het verwijst naar wat bekendstaat als taoïsme, het principe

Lees verder »

Guan Shi Yin

Guan Yin wordt beschouwd als het toppunt van barmhartigheid, mededogen, vriendelijkheid en liefde en is patroonheilige van vissers die de

Lees verder »

Hinduísmo

Als filosofie van India worden de stromingen die daar zijn ontstaan beschouwd. In het algemeen worden het hindoeïsme, het boeddhisme

Lees verder »

Wie ben ik?

De grootste vraag voor mensen vanaf het moment dat ze aan andere dingen konden denken dan alleen eten en zich

Lees verder »

Advaita Vedanta

Er wordt steeds meer gesproken over non-dualiteit.

Er is geen tekort aan verlichte leraren in het Westen. Voorbij zijn de

Lees verder »

Directe Pad

De primaire ervaring van de mens is bewustzijn. Bewustzijn is, volgens Rupert Spira, de pure kennis van onszelf en die

Lees verder »

Ayahuasca

Ayahuasca is een eeuwenoude heilige thee, beschouwd als een harddrug zoals cocaïne en MDMA en daardoor verboden bij de Opiumwet.

Lees verder »

Trance

Generatieve trance Achtergrond De Generatieve Trance is het resultaat van jarenlange ervaring van Dr. Stephen Gilligan met Ericksoniaanse hypnose. Hij

Lees verder »

©2019. Elements Kit. All Rights Reserved.